Skip to main content

Door ADEC Innovations

Klimaatrapportage evolueert razendsnel van vrijwillig naar verplicht. Jarenlang vertrouwden bedrijven op kaders zoals de Science Based Targets initiative (SBTi) en CDP (voorheen het Carbon Disclosure Project) om hun uitstoot van broeikasgassen (BKG) te meten, beheren en rapporteren. Wat ooit gold als vooruitstrevend leiderschap op het gebied van duurzaamheid, wordt nu de minimale verwachting in mondiale markten die steeds meer door regelgeving worden gestuurd.

Bij ADEC Innovations zien wij deze kaders niet als afzonderlijke sporen, maar als samenkomende paden die bedrijven helpen zich voor te bereiden op – en zelfs te anticiperen op – nieuwe klimaatregels.

De kracht van vrijwillige kaders

De SBTi bevestigt dat de reductiedoelstellingen van een bedrijf in lijn zijn met de ambitie van het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. Bedrijven die zich aan SBT’s verbinden, geven een krachtig signaal af: ze menen het serieus met het afstemmen van hun strategie op de klimaatwetenschap.

Het CDP is intussen uitgegroeid tot hét wereldwijde platform voor milieu-informatie van bedrijven. Het gaat daarbij niet enkel om transparantie: CDP-scores beïnvloeden het vertrouwen van investeerders, de voorkeur van klanten en zelfs de toegang tot kapitaal.

Samen vormen de SBTi en het CDP een krachtig ecosysteem. Organisaties die beide gebruiken, zijn doorgaans beter voorbereid op nieuwe rapportageverplichtingen zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU of de mondiale IFRS S2-normen. Door zich vroegtijdig vrijwillig te engageren, verkleinen bedrijven de last van naleving zodra de regelgeving hen inhaalt.

Best practices voor science-based targets

Uit onze ervaring met klanten in uiteenlopende sectoren komen een aantal succesfactoren steeds terug:

  • Zorg voor draagvlak bij de top. Science-based targets zijn ambitieus en organisatiebreed. Zonder steun van het leiderschap riskeren ze in de marge te blijven.
  • Ken de tijdslijn. Na een engagement heeft een bedrijf 24 maanden om zijn doelstellingen vast te leggen, in te dienen en te laten valideren. Vroegtijdige planning is cruciaal.
  • Bouw een betrouwbare databasis. Nauwkeurige, consistente emissie-inventarissen (Scopes 1, 2 en 3) vormen de ruggengraat van geloofwaardige doelstellingen.
  • Betrek de waardeketen. Voor de meeste bedrijven zijn de Scope 3-emissies aanzienlijk groter dan de directe emissies. Samenwerking met leveranciers is vaak de enige weg naar substantiële impact.
  • Overweeg externe verificatie. Onafhankelijke toetsing versterkt het vertrouwen en verbetert de datakwaliteit.

Een praktijkvoorbeeld: een drankbedrijf dat aanvankelijk aarzelde om Scope 3 te rapporteren, ontdekte dat verpakking de grootste emissiebron vormde. Door met leveranciers samen te werken en over te schakelen op gerecycleerde materialen, wist het bedrijf een nalevingsuitdaging om te buigen tot een concurrentievoordeel.

Wat komt eraan: de SBTi Net-Zero Standard V2.0

De SBTi verhoogt de lat. Vanaf 2027 moeten alle nieuwe korte- en langetermijndoelstellingen voldoen aan de Corporate Net-Zero Standard V2.0. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Een publiek engagement om uiterlijk in 2050 netto-nul te bereiken.
  • Publicatie van een klimaattransitieplan binnen 12 maanden na validatie.
  • Afzonderlijke, specifieke doelstellingen voor Scope 1- en Scope 2-emissies.
  • Scope 2-doelen op basis van locatie, aangevuld met marktbased targets of een doelstelling voor volledig koolstofvrije elektriciteit.
  • Striktere eisen voor Scope 3 en verplichte externe verificatie.
  • Een nieuwe KMO-classificatie (“Categorie B”) om de toegankelijkheid te vergroten.

Deze veranderingen vragen meer discipline, maar bieden tegelijk meer duidelijkheid. Investeerders, toezichthouders en klanten verwachten steeds nadrukkelijker zulke engagementen.

De regelgevende convergentie

Wereldwijd sluiten klimaatregels steeds meer aan bij vrijwillige kaders. De Europese CSRD verplicht onder meer netto-nultrajecten, klimaatrisicorapportage, governance-eisen en interne koolstofprijzen – allemaal elementen die al vervat zijn in de SBTi en het CDP.

Het California Climate Accountability Package (SB 253 en SB 261) sluit eveneens nauw aan bij het CDP-model. Zelfs meer sectorspecifieke regels, zoals de S4558B-wet in New York en de HB 1107-wet in Washington over duurzaamheid in de kledingsector, overlappen met vereisten rond waardeketenemissies en due diligence die reeds via de SBTi en het CDP worden aangepakt.

De boodschap is duidelijk: wat vandaag vrijwillig wordt gemeten, zal morgen verplicht zijn.

Van optie naar strategie

Voor duurzaamheidsleiders is de vraag niet langer óf ze vrijwillige kaders moeten gebruiken, maar hoe ze er maximaal voordeel uit halen. Het vastleggen van science-based targets en rapporteren via CDP gaat verder dan naleving voorbereiden: het is een strategische troef. Bedrijven die vroeg stappen zetten, kunnen:

  • Rapportage stroomlijnen en doublures vermijden.
  • Hun operaties en waardeketens veerkrachtiger maken.
  • Klimaatbewuste investeerders en klanten aantrekken.
  • Leiderschap tonen in een tijd waarin geloofwaardigheid schaars is.

Bij ADEC Innovations zijn we ervan overtuigd dat de SBTi en het CDP geen “nice-to-haves” meer zijn. Het zijn onmisbare instrumenten om te navigeren in de snel veranderende kruising tussen vrijwillige ambitie en wettelijke verplichting. Bedrijven die deze kaders vandaag al in hun strategie verankeren, zijn de klimaatleiders van morgen.

Impact Info

Author Impact Info

More posts by Impact Info