Door Augustin Vincent, Responsable de la Recherche ESG – Mandarine Gestion
Na een jaar 2025 dat vooral in het teken stond van Amerikaanse invoertarieven, luidt 2026 in Europa een nieuw tijdperk in. Vanaf 1 januari treedt het Mechanisme voor Koolstofcorrectie aan de Grens (MACF of CBAM) effectief in werking. Ondanks stevige tegenkanting vanuit de industrie en een bredere vereenvoudigingsgolf binnen de Europese Green Deal, bleef dit instrument overeind. De Europese Unie zet daarmee een duidelijke stap: klimaatbeleid wordt ook handelsbeleid.
Wat is het MACF?
Het MACF verplicht importeurs van koolstofintensieve producten om een koolstofprijs te betalen die gelijkloopt met die van Europese producenten binnen het ETS-systeem. In eerste instantie gaat het om sectoren als staal, aluminium, cement, meststoffen, waterstof en elektriciteit.
In 2026 zal slechts 2,5% van de betrokken emissies effectief worden belast, maar dat aandeel stijgt jaarlijks. Tegen 2030 is 50% bereikt en tegen 2034 zelfs 100%. Tegelijk verdwijnen de gratis emissierechten voor Europese producenten geleidelijk, wat de concurrentievoorwaarden moet gelijktrekken.
Strategisch belang voor Europa
Het MACF dient twee duidelijke doelstellingen. Enerzijds wil Europa koolstoflekkage voorkomen, waarbij bedrijven hun productie verplaatsen naar landen met soepelere klimaatregels. Anderzijds creëert het een internationaal prijssignaal dat handelspartners aanzet om hun productieprocessen te verduurzamen.
Dat effect is al zichtbaar. Landen als het Verenigd Koninkrijk en Canada werken aan vergelijkbare mechanismen. China breidde zijn emissiehandelssysteem uit, Turkije lanceerde een ETS en Japan verwees expliciet naar het Europese MACF als inspiratiebron. Europa fungeert hiermee opnieuw als normsteller.
Van overgang naar implementatie
Sinds oktober 2023 bevinden bedrijven zich in een overgangsfase waarin zij hun ingebedde emissies moeten rapporteren. Vanaf 2026 wordt het systeem financieel bindend en moeten importeurs CBAM-certificaten aankopen, gekoppeld aan de Europese koolstofprijs.

De Europese Commissie voerde recent wel enkele aanpassingen door: zo wordt 90% van de bedrijven vrijgesteld, terwijl toch 99% van de emissies onder het systeem blijft vallen. Bovendien wordt het toepassingsgebied vanaf 2028 uitgebreid naar 180 downstreamproducten, waaronder onderdelen voor auto’s, machines en elektrische apparatuur. Dat vergroot de reikwijdte aanzienlijk.
ESG-impact en investeringsrelevantie
Voor beleggers is het MACF veel meer dan een nieuwe belasting. Het is een structurele verschuiving in de waardeketen. Bedrijven die onvoldoende inzetten op decarbonisatie riskeren stijgende kosten en een verzwakte concurrentiepositie.
Vanuit ESG-perspectief worden drie analysepijlers cruciaal:
- het in kaart brengen van CBAM-blootstelling in portefeuilles;
- de evaluatie van decarbonisatiestrategieën bij leveranciers;
- en de integratie van koolstofprijzen in waarderings- en risicomodellen.
Vooral sectoren als staal, aluminium, cement en meststoffen staan onder druk, net omdat ze essentieel zijn voor de reële economie én moeilijk te vergroenen.
Een mondiale katalysator
Volgens de OESO kan het MACF de wereldwijde uitstoot met 0,54% verminderen door producenten te stimuleren schonere technologieën te gebruiken. Sinds de aankondiging van het mechanisme is het aantal systemen voor koolstofbeprijzing wereldwijd verdubbeld. Vandaag wordt al 65% van het mondiale BBP gedekt door een vorm van koolstofprijszetting.
Dat onderstreept de geopolitieke impact van Europese regelgeving: klimaatbeleid stopt niet aan de grens.
Signaal aan de financiële markten
In een context waarin bepaalde duurzaamheidsregels worden afgezwakt of uitgesteld, is het MACF een krachtig signaal. Koolstofbeprijzing wordt een structurele factor voor competitiviteit, waardering en ESG-prestatie. Voor investeerders betekent dit dat het niet langer volstaat om koolstofkosten te incalculeren: het MACF wordt een strategische differentiator.







