Skip to main content

Door Francis Muyshondt

Al bijna twintig jaar vormt het Waalse innovatiecluster BioWin een spil in de Belgische gezondheidssector. Het brengt bedrijven, universiteiten en ziekenhuizen samen rond gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten. Die aanpak leverde niet alleen een flink aantal financieel gesteunde projecten op, maar ook een forse groei in tewerkstelling, één van de primaire doelstellingen van BioWin. Toch ziet CEO Sylvie Ponchaut donkere wolken aan de horizon. De financieringsmarkt gaat door een moeilijke periode, de internationale concurrentie neemt toe en de versnippering en gebrekkige samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië belemmert samenwerking.

Sylvie Ponchaut, CEO BioWin

Gewijzigd speelveld
BioWin werd opgericht in 2004 met een duidelijke missie: het stimuleren van collaborative research of gezamenlijk onderzoek tussen de academische wereld, ziekenhuizen en de industrie. ‘We hebben sinds onze start een honderdtal projecten geselecteerd en bij de overheid ingediend. Met een succesgraad van 85 tot 88 procent krijgen die projecten bijna altijd financiële steun,’ zegt Ponchaut. En die structurele steun heeft vruchten afgeworpen: de werkgelegenheid in de Waalse biopharma- en medtechsector is in minder dan twee decennia bijna verdubbeld. ‘Het aantal jobs is ons belangrijkste resultaat. Dat bewijst dat de aanpak van collaborative innovation rendeert.’

Die trend sluit aan bij de nationale cijfers. Volgens een recent rapport van Essenscia / bio.be zijn er in België meer dan 600 bedrijven actief in biotech en life sciences. De directe jobs in de biofarma‐ en biotechindustrie stegen van circa 26.000 in 2013 naar ongeveer 39.000 jobs vandaag. De export van Belgische biofarmaproducten werd bijna verdrievoudigd, tot boven de 98 miljard EUR. De R&D‐investeringen in de sector groeiden eveneens sterk.

Toch is het speelveld de laatste jaren grondig veranderd. Waar de coronaperiode zorgde voor een overvloed aan kapitaal en investeringen in gezondheid, sloeg de slinger daarna de andere kant uit. ‘De jongste twee jaar zijn bijzonder moeilijk. Investeerders zijn zeer terughoudend geworden. Vandaag is het niet gemakkelijk om geld op te halen, ook voor de betere projecten,’ benadrukt Ponchaut. ‘Het is een combinatie van geopolitieke onzekerheid, de nasleep van de coronaperiode en voorzichtigheid bij investeerders: ze hebben duidelijk koudwatervrees.’

Drie strategische pijlers
BioWin focust op drie prioritaire domeinen: vaccins, geavanceerde therapieën en nucleaire geneeskunde. ‘België, en zeker Wallonië, heeft daarin unieke troeven,’ onderstreept Ponchaut.In de vaccinsector blijft farmareus GSK de centrale speler. De expertise is hier aanwezig. Samen met Vlaamse partners en ook het Plotkin Institute in Anderlecht willen we een netwerk van vaccinatieklinieken uitbouwen. Zo kunnen we de knowhow behouden en versterken.’Een tweede focus ligt op geavanceerde therapieën, zoals gentherapie, CAR-T-celtherapie en exosomen. UCB investeerde de voorbije tien jaar bijna een miljard euro in gentherapie. Daarnaast zijn er meerdere start-ups en kleinere bedrijven die innovatieve behandelingen ontwikkelen. ‘Het is een domein met hoog risico, maar ook met hoog potentieel. België heeft er de kennis en de spelers voor, maar we moeten die verder ondersteunen,’ zegt de CEO van BioWin.

De derde pijler is nucleaire geneeskunde, een domein waar België wereldwijd toonaangevend is. ‘We beschikken over een uitzonderlijke waardeketen: van de productie van isotopen bij het Institut des Radioéléments in Fleurus, tot klinische expertise bij het Bordet Instituut, en technologische spelers als IBA, Trasis en Elysia. Dat geheel maakt van België een unieke hub in radioligandtherapie. We zijn een van de weinige regio’s in de wereld waar je bijna de volledige keten vindt, van fundamenteel onderzoek tot klinische toepassing.’

Een Belgisch kluwen
Toch dreigt de versnippering van bevoegdheden het potentieel te ondermijnen. De regionalisering van onderzoeksfinanciering maakt grensoverschrijdende samenwerking in eigen land nodeloos ingewikkeld. ‘Vandaag is het eenvoudiger om een project op te zetten met Franse of Nederlandse partners dan met Vlaanderen,’ zegt Ponchaut. ‘Dat is absurd, want onze grootste troef ligt net in het bundelen van Vlaamse en Waalse expertise.’

Ze hekelt het gebrek aan afstemming tussen de Vlaamse steunorganisatie Vlaio en het Waalse agentschap SPW. ‘Die werken los van elkaar, zonder instrumenten die samenwerking faciliteren. Dat is een echte handicap in een domein waar internationale concurrentie moordend is. Als België zijn positie in biotech en nucleaire geneeskunde wil behouden, moeten we als klein land samenwerken. Zoniet verliezen we ons leiderschap.’

Ze ziet weliswaar goodwill bij politici, maar nog weinig concrete stappen. ‘Er wordt gezegd dat samenwerking belangrijk is, maar er zijn geen structuren die dit mogelijk maken. We hebben zes of zeven gezamenlijke projecten opgezet, maar telkens was het een enorm gevecht. Het zou normaal moeten zijn dat een Waals en een Vlaams bedrijf samen een project kunnen indienen.’

Internationale druk
Daarbovenop komt de druk van buitenaf. In de Verenigde Staten zorgen politieke tegenwerking en hervormingen voor extra onzekerheid. ‘De FDA, de Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond, verloor de voorbije jaren honderden medewerkers door massale ontslagrondes die politiek geïnspireerd zijn. Dat betekent dat dossiers blijven liggen en Europese bedrijven die de Amerikaanse markt willen betreden met maanden vertraging kampen.’

Ook de opkomst van antivax-retoriek in de VS baart haar zorgen. ‘Als een Amerikaanse minister van Volksgezondheid openlijk antivaccin is, dan zet dat samenwerkingen met Amerikaanse universiteiten of bedrijven onder druk. Dat tast ook het vertrouwen in wetenschap aan. Zulke signalen zijn nefast voor internationale samenwerking.’ Ponchaut vreest dat Europa daardoor terrein verliest. ‘We zien dat bedrijven als GSK en UCB massaal investeren in de VS. Als we hier geen tegengewicht bieden, lopen we het risico dat beslissingscentra en investeringen steeds meer verhuizen. Dat zou dramatisch zijn voor ons lokale ecosysteem.’

Politieke moed nodig
Ondanks de uitdagingen ziet Sylvie Ponchaut ook vooruitgang. ‘In Wallonië is de maturiteit van bedrijven de laatste vijftien jaar sterk gegroeid. Doordat ze internationale investeerders hebben aangetrokken, zijn de managementteams professioneler geworden. Je ziet kruisbestuiving tussen Vlaanderen en Wallonië, met managers die in beide regio’s ervaring opdoen. Dat tilt het hele ecosysteem naar een hoger niveau.’ Maar de boodschap blijft duidelijk: zonder politieke daadkracht om samenwerking over de gewestgrenzen heen mogelijk te maken, is het moeilijk om de volgende sprong te maken. ‘We hebben de kennis, de bedrijven en de academische excellentie. Wat ontbreekt, is de administratieve afstemming.’ Voor haar is de conclusie helder. ‘Als we willen dat België een wereldspeler blijft in vaccins, geavanceerde therapieën en nucleaire geneeskunde, dan moet er politieke wil komen om de muren tussen de regio’s af te breken. Alleen door samen te werken kunnen we onze unieke expertise valoriseren en onze positie in de wereldtop behouden,’ herhaalt ze nogmaals.

Impact Info

Author Impact Info

More posts by Impact Info